Coronie en het gevangenen­dilemma

Het gevangenen­dilemma (prisoner’s dilemma) is een bekend begrip uit de speltheorie. Het beschrijft een situatie waarin twee mensen ieder afzonderlijk moeten kiezen tussen samenwerken of voor zichzelf kiezen. Wanneer beiden samenwerken, zijn zij gezamenlijk beter af. Maar ieder heeft ook een prikkel om niet mee te werken. Want als de ander wel samenwerkt en jij niet, kun je daar zelf voordeel van hebben. Het gevolg kan zijn dat beiden uiteindelijk niet samenwerken en daardoor gezamenlijk slechter af zijn. Hetzelfde geldt voor groepen mensen.

Het merkwaardige van het dilemma is dus dat individueel verstandig handelen tot een voor iedereen slechter resultaat kan leiden.

Toen ik in 2018 mijn tweedelige artikel Waarom Coronianen niet met elkaar kunnen samenwerken deel 1 en deel 2 schreef, had ik dit theoretische kader niet voor ogen. Toch moest ik bij het teruglezen van beide artikelen aan dit dilemma denken. Want wat daarin naar voren komt, lijkt soms op hetzelfde patroon.

Het gezamenlijke belang

Neem de waterhuishouding van Coronie.

Na de afschaffing van de slavernij werden de voormalige plantages in kleine percelen verdeeld. Waar vroeger één plantage-eigenaar verantwoordelijk was voor de lozing, waren daarna tientallen eigenaren afhankelijk van een goed functionerende gemeenschappelijke afwatering.

Iedereen had daar belang bij.

Maar wie zou de kosten en moeite dragen? Waarom zou ik mijn bijdrage leveren wanneer mijn buurman dat niet doet? En waarom zou ik me inzetten als anderen wel profiteren, maar zelf niets bijdragen?

Zo kan een situatie ontstaan waarin iedereen het belang van een goede lozing erkent, maar niemand voldoende bereid is om daarvoor gezamenlijk verantwoordelijkheid te nemen.

Stuger constateerde in 1901 dat er onder de kleine landbouwers geen eendracht bestond om de lozingen te verbeteren en waarschuwde dat Coronie op deze manier ten onder zou kunnen gaan. Die ontwikkeling was toen al dertig jaar gaande (Boek J.L. Stuger Voorheen en Thans, 1901 p.130).

Van waterlozing naar geloof

Mijn oorspronkelijke onderzoek wees vervolgens op de sterke tegenstelling tussen rooms-katholieken en hernhutters. De eigen geloofsgroep was belangrijker en het gemeenschappelijk belang raakte op de achtergrond. In plaats van samenwerking ontstond verzuiling.

Een treffend voorbeeld is de kanaalkwestie van 1921. Hernhutter arbeiders weigerden het lage loon voor het uitdiepen van het Totnesskanaal. Vervolgens wist pater De Kort zijn katholieke achterban het werk wel te laten uitvoeren voor het lage loon. Het kanaal werd daardoor aangepakt, maar de tegenstelling tussen beide groepen werd eerder groter dan kleiner.

Het algemeen belang werd ondergeschikt aan de vraag wie aan welke kant stond.

De spelers veranderen, het patroon blijft

Later verloor de godsdienst een groot deel van zijn betekenis. De politieke tegenstelling kwam ervoor in de plaats. De politieke strijd werd in Coronie aanvankelijk sterk met de godsdienstige tegenstelling verweven en ontwikkelde zich daarna verder langs nieuwe politieke scheidslijnen.

In 2018 schreef ik daarom: “De naam van de boodschapper is belangrijker dan de boodschap zelf!”

Dat is misschien wel de kern van het probleem.

Kijk maar hoe Coronie de afgelopen 25 jaar sterk achteruit is gegaan, terwijl de omstandigheden uitermate gunstig waren om Coronie uit het slop te helpen.

Wanneer een voorstel niet meer in de eerste plaats wordt beoordeeld op zijn inhoud, maar op de persoon of politieke kleur van degene die het doet, wordt samenwerken steeds moeilijker. Het gemeenschappelijk belang maakt dan plaats voor het groepsbelang of soms zelfs voor het persoonlijk belang.

Waarom het dilemma voor Coronie interessant is

Het gevangenen­dilemma verklaart de geschiedenis van Coronie niet. Het laat wel zien hoe een patroon van wantrouwen zichzelf kan versterken.

Als ik verwacht dat jij niet met mij zult samenwerken, heb ik weinig reden om als eerste mijn nek uit te steken. Jij redeneert hetzelfde. Uiteindelijk doen we allebei niets, terwijl we gezamenlijk beter af zouden zijn geweest wanneer we elkaar hadden vertrouwd.

Daarmee ontstaat een merkwaardige situatie: iedereen handelt vanuit zijn eigen belang en toch verliest uiteindelijk iedereen. En daar zit misschien de belangrijkste les.

Coronie hoeft niet één mening te hebben. Verschillen van inzicht, geloof of politieke voorkeur zijn op zichzelf geen probleem. Het probleem ontstaat wanneer die verschillen samenwerking onmogelijk maken.

Het klassieke gevangenen­dilemma gaat uit van twee personen die ieder voor zichzelf moeten beslissen: werk ik samen met de ander, of kies ik voor mijn eigen voordeel? Maar Coronie is geen eenmalig spel. Mensen komen elkaar steeds opnieuw tegen. Wie vandaag hulp nodig heeft, kan morgen degene zijn die een ander moet helpen. Dat biedt juist mogelijkheden om vertrouwen op te bouwen in het belang van Coronie.

Daarvoor is het nodig dat men leert om de vraag “Wie zegt het?” ondergeschikt te maken aan de vraag: “Wat wordt er gezegd en wat betekent dit voor Coronie?”

Misschien ligt daar de uitweg uit het dilemma.

Niet iedereen hoeft hetzelfde te denken en niet iedere Coroniaan moet noodzakelijk in Coronie wonen. Coroniaan ben je in je hart. Bij fondswervingen in Nederland ten behoeve van Coronie wordt niet de eis gesteld dat je alleen mag bijdragen als je de bijdrage zelf in Coronie komt afleveren. Maar als je wilt meepraten over de toekomst van Coronie, dan hoor je: “Wat klets je? Je woont niet in Coronie.” Dat is op z’n zachtst gezegd dubbelhartig.

Als Coronianen, ondanks hun verschillen, in staat zijn het gemeenschappelijke belang boven het persoonlijk en/of groepsbelang te plaatsen, hoeft samenwerking geen verlies voor de een en winst voor de ander te zijn.

Dan kunnen twee partijen ontdekken dat zij uiteindelijk meer gemeen hebben dan zij dachten.

Sinds de laatste wijziging in het kiesstelsel zien we echter een nieuwe dynamiek ontstaan in de dorpspolitiek, en dat doet Coronie geen goed. Men blijft mooi weer spelen.

Herwin Hooplot

Bladwijzer de permalink.

Reacties zijn gesloten.