Wij Coronianen zijn lui, heet het.

Koloniaal Nieuws- en Advertentieblad Suriname, nr 74, jaargang 77, d.d. 15 september 1925

 Wij Coronianen zijn lui, heet het.

Coronie, 4 Sept. ’25.

Wij hebben weer onze jaarlljksche zwempartij gehad, tot groote pret van de jeugd, maar tot ergernis van ons. Want als je zoo jaar in jaar uit onder water gaat, is het zeker niet aangenaam. De kanalen zijn verstopt, slechts Leasowes, Totness, Friendship en Ingikondre kunnen nog  loozen, de rest is niet in orde. Het is wel te begrijpen dat de grond verzuurt en wij zien dan ook, hoe met den dag de kokospalmen meer en meer dood gaan. Onze hoofdcultuur gaat hard achteruit en het zal niet lang meer duren, of men zal moeten erkennen, dat wij Coronianen  arme  menschen zijn.  Dan zal Coronie verlaten worden en zullen wij met groot verdriet in het hart ons geboortegrond moeten verlaten, om niet van honger om te komen. Want wat men ook doet, als onze loozing niet in orde is, zullen wij slechts schade lijden. En wij kunnen de kanalen niet weer in behoorlijken  staat brengen, want wij bezitten de middelen daartoe niet.  Met de helft van het geld, dat aan de nieuwe sluis in de monding van het kanaal op Totness is vergooid, waren wij gered.  Maar wie helpt ons? Wij zijn lui, heet het.

Maar waren de blanken, die vroeger de plantages hier hadden, ook lui, omdat zij ze verlaten hebben? Men zegt dat wij in het voorland moeten gaan planten, maar is daar ook geen loozing  noodig?  Het eenige dat ons uit deze groote nood kan helpen is een voorschot om onze kanalen weer op loozing  te brengen. En wij kunnen dit niet, dan met de hulp van het Gouvernement. Zou onze Districts Commissaris ons niet kunnen helpen?  Wij zouden hem dankbaar zijn.  Onze draadlooze[1] is er. Maar wat hebben wij eraan, nu wij toch doodgaan ?

Paulus



[1] Draadloze: toestel waarmee d.m.v. electromagnetische golven seinen naar elders worden overgebracht ofwel radiotelegrafie (red. www.coronie.eu).

 

 

 

 

 

 

 

 

Bladwijzer de permalink.

Reacties zijn gesloten.