Oud coroniaan krijgt antwoord

Kol nieuws- en advertentieblad 1910, 62ste Jaargang. SURINAME No. 13. dd. 15 februari 1910

M. de R.

Vergun s. v. p. een plaatsje in uw geacht blad aan het volgende, waarvoor u wordt bedankt.

De toestand op Coronie is nooit zoo ellendig geweest dan sedert het betreurenswaardig vertrek van den D. C. Van Romondt. De boel loopt nu gewoonweg in het honderd.—Als men er toe overging de dingen bij den naam te gaan noemen, dan zou men misschien eene strafvervolging tegen zich gaan krijgen, zonder dat men de gelegenheid heeft zijne beweringen met bewijzen te staven—tusschen twee haakjes: dit is eene prachtige uitvinding om ongerechtigheid verscholen te laten blijven. We hebben hier nu een waren janboel. Wat een verschil onder het bestuur van den heer Van Romondt. De hoop op betere tijden begon toen te herleven. Wat er hier nu gedaan wordt? Nihil en nog eens nihil. En de oorzaak van dit alles! Gemakzucht en niets anders. Daarover zouden boekdeelen te schrijven zijn. Wat een verschil met het jongst afgetreden Bestuur. De bom zal eens moeten barsten en dan zal men rare dingen te hooren krijgen. Arm Coronie! Met zulk beheer zijt gij ten doode gedoemd. Mijn gemoed is overvol en moest bovenstaande mij van ‘t hart.

Nogmaals mijn dank.                                                                                                                            

door EEN OUDE CORONIAAN.   

Reactie op deze brief hieronder te lezen:

 

Kol nieuws- en advertentieblad 1910, 62ste Jaargang. SURINAME. No 18 en 19  van resp.  4 en 8 maart  1910  deel 1 en deel 2 samengevoegd.

Coronie 25 februari 1910.

Waar een courant toch al niet goed voor is, dacht ik zoo, bij het lezen van het stukje door een oude collega (Oude Coroniaan) in uw blad geplaatst. Zelfs om een overvol gemoed te ontlasten. Nu ik wensch hem geluk dat hij het kwijt is. Maar is nu dat zaakje in ‘t reine? Me dunkt dat kan niet. Waarom niet liever er toe overgegaan de dingen of enkele ervan eens bij den naam te noemen? Want ik moet het maar ronduit zeggen (en ik kom nogal veel te weten) dat ik hier niets in het honderd zie loopen. Zeker is de verwisseling van Districts-Commissaris, en vooral van den laatsten, niet in het belang van Coronie geweest, omdat men met recht meende te mogen verwachten dat het door hem ondernomen werk om Coronie een haven te geven ook ten volle zou uitgevoerd worden. Daarvoor stonden de ernst en de wilskracht van den heer van Romondt, in verband met zijn gunstige positie bij het Bestuur ons borg. ‘t Mocht helaas niet zijn, we moesten hem afstaan. Maar daarom loopt de boel in Coronie nog niet in het honderd. Wat er hier nu gedaan wordt? vraagt O. C. en antwoordt zelf: „nihil en nog eens nihil.” Nogal logisch als er geen geld is. Of moet de Commissaris zijn salaris soms er aan spendeeren? Dat hij dit niet doet heet gemakzucht en „daarover zouden boekdeelen te schrijven zijn. De bom zal eens moeten barsten en dan zal men rare dingen te hooren krijgen. “Och kom! Stel je gerust,  mijn O. C, het zal zoo’n vaart niet loopen, maar als ik u een raad mag geven, neem de pen liever nog eens op, en schrijf dan eens wat, dat in ‘t belang van dat arme Coronie dienst kan doen. Mijn lezers zullen me, hoop ik, niet verdenken den handschoen voor onzen Commissaris te willen opnemen. Dat is verre van mij, en ook niet noodig, maar men zou allicht denken dat er hier heel wat te doen is, en daartegen wil ik mijn invloed als briefschrijver stellen, want dat is niet zoo. Er is overal wat, ook in Coronie maar om alarm te slaan, geen enkele reden. Als dat noodig is, hoop ik op mijn post te zijn.

(Slot volgt.)

(zie voor slot de volgende Coroniaan d.d. 12-08-2011 redactie coronie.eu)

Bladwijzer de permalink.

Reacties zijn gesloten.