Paulus de Hartrotziekte en den domme coroniaan

Vrijdag 21 september 1923 , 67e jaargang , nr. 77 koloniaal dag en advertentieblad SURINAME

Wat was de Hartrotziekte bij kokospalmen?

Brieven van Paulus.

Coronie, 12 Sept. ’23.

De Hartrotziekte.

Lezers, kent gy de hartrotziekte? Ik bedoel de hartrotziekte  der kokospalmen? Velen uwer kennen hem zeker niet en daarom zal ik trachten u deze te beschrijven. Maar vergeten we niet, dat ik leek ben.

We kunnen deze ziekte in 3 stadia verdelen en wel:

1.       Op snyvlakte bij het kappen van een stukje bast of wortel, een geelwit-bruine kleur waarbij deze laatste een    onaangenaam riekende geur heeft.

2.       De jonge vruchtjes worden donkerbruin en vallen af. De grootere vruchten vallen meestal van het mutsje af; de bladeren knakken; de kroon (top) valt af.

3.       Op de doorsnee vertoont de stam van onderen te beginnen een donkerbruine, compacte, stinkende massa.

Mogelyke oorzaak

Aangezien de ziekte van onderen begint en het bewys geleverd is, dat goed gedraineerde en behoorlijk loozende terreinen nagenoeg van deze ziekte niet te lyden hebben, komt het my voor, dat de oorzaak in den bodem gezocht moet worden, en wel verzuring, waardoor verschillende schimmels worden ontwikkeld en de functie der wortels gestoord. Ook het feit, dat de ziekte vooral in het begin van den drogen tyd het hevigst optreedt pleit hiervoor. Of hierbij zich een schimmel ontwikkelt, welke door den wind wordt overgebracht, kan ik als niet-bevoegde niet beoordeelen. Maar dat de bodem een voorname rol speelt bij verspreiding van ziekten, kunnen wy o.a. leeren uit het laatste no. van West-Indie, handelende over bacoveziekten. En dat deze bodem een voorname rol speelt in de kokoskultuur leert ons V. de Wolk in zyn  “Onderzoekingen betreffende den kokospalm”.  Bestaat er geen verband tusschen de „roest” in de rijst en de hartrotziekte? En is deze roest niet het gevolg van een verzuurden bodem? Zooals ik hierboven schreef, hebben goed gedraineerde terreinen haast geen last van de ziekte.

Wanneer wij nu weten, dat den loozingen in Coronie zoo schandelijk verwaarloosd, nagenoeg  geene loozingen meer zijn en de perceelen in kapoewerie opgroeien, zoodat dus de kokospalm niet de beschikking heeft over genoeg licht, maar daar tegenover over te veel water, dan is m.i.  na lezing van het genoemde artikel van V. de Wolk de ziekte niet ver te zoeken.

Ook komt er nog een derde factor bij en wel de bodemventilatie, dus lucht. Grondbewerking is iets onbekends bij den Coroniaan. Enige hebben wel een omspitvork, doch de meeste schijnen dit werktuig niet te kunnen gebruiken. Over grondbewerking schrijf ik wel wanneer ik „de landbouw in Coronie” zal behandelen, dus hier niet verder over.

Bestrijding.

Het landbouwdepartement meent deze ziekte te bestrijden door wetenschappelijk vandalisme, nl. kappen en verbranden of begraven. Nu is het wel doodmakkelijk zulks te verordineren en daarby te bepalen, indien ge het niet doet, zal de rechter, u uw plicht doen kennen en voelen. Daar zijn we nu juist aan het gedeelte van het Besluit vervat in G. B. 1918 No. 65, waarmede ik mij niet vereenigen kan. Heeft het Bestuur zo’n gedragslijn gevolgd by de krullotenziekte! Is niet integendeel het ontstaan van het landbouwproefstation een gevolg van deze krullotenziekte, en is en wordt niet in den treure over krulloot, cacao en annex geschreven?  Is niet een plantage directeur geridderd, omdat hij de eerste was die toestemming verleend had tot toepassing van de inkapping?

En wat is tot nu toe gedaan in de hartrotziekte? Is het omdat deze kultuur uitsluitend gedreven wordt door den kleinen landbouwer, den man die zich met bananen, cassave, noten en een visch uit de kreek voeden kan?

Zyn het niet de kleine landbouwers in Frankrijk, die de ruggegraat vormen van ”La grand nation?” En moet hier in Suriname de kleine landbouwer nog onder het slavenjuk gehouden worden? Draagt hy ook niet by in de huishouding in den vorm van akkergelden, inkomstenbelasting en consumptie?

En is het niet verkeerd van het departement om te vergeten „dat de klappercultuur de cultuur van de toekomst is”, en dit dept. aangewezen is om ook de kokoskultuur te bevorderen?

Het landbouwdept. schynt den kleinen landbouwer niet sympatiek gezind te zyn. Wy vragen dat het dept. ook zyn aandacht gaat wyden aan eene ziekte, welke een cultuur teistert, die globaal genomen jaarlijks een opbrengst van f200.000 over de gansche kolonie in den vorm van noten oplevert, niet gesproken van de bijprodukten.

 

De bestrijding in Coronie

Coroniaan schreef verleden jaar, dat de ziekte was afgenomen tot zooveel honderdste %, althans minder dan ¼%.  Dat was natuurlijk louter eene bewering, zoo maar uit de lucht gegrepen. Want voor zoover ik weet, is nooit het aantal kokosbomen vastgesteld, er heeft nooit eene telling plaatsgehad, zoodat men dus ook nooit het percentage zieke boomen kan bepalen. Natuurlijk zou men in den beginne meer zieke boomen hebben moeten omhakken, doch naar het aantal omgehakte boomen het percentage zieke te bepalen, is verkeerd. Ook zyn er vele Coronianen,die hunne zieke boomen omhakken, vóórdat de inspectie komt. Wy zien dus, dat het eerste vereischte voor de bestrijding, nl. de telling der boomen, verzuimd is, zoodat men het resultaat dier bestrijdingna 5 jaar niet kan vaststellen.

Art. 1 v/h uitvoeringsbesluit bepaalt, dat de verwijdering en vernietigingzal geschieden door:

a.       begraven van den boomen zyne samenstellende deelen tot op eene diepte van tenminste ½ meter onder den beganen grond en,

b.       door verbranding van den boomen zijne samenstellende deelen.

Het eerste (a) is nagenoeg onmogelijk- maar het was ook de heer Huizinga die dat bepaalde – en (b) wordt door onzen inspecteur uitgelegd: de kroon kan maar geroosterd worden, dat is voldoende. Dit laatste is door hem verklaard om zich uit de situatie te redden, op een vraag van den Kantonrechter of een kokospalm in den regentyd kan verbrand worden.

Het doet bepaald humoristisch aan „hartrotziekte-zaken” op de terechtzitting bij te wonen. Maar ook doet het pynlyk aan als ge bv. eene oude, 80-jarige, hulpbehoevende vrouw ziet verschynen of onzen idioten „profeet”[1] wegens het niet verwyderen van een zieken boom, en dat terwyl artt. 9 en 10 (al. 2) v/d verord. bedoelt zulks te voorkomen.

Het afgedankt Pruisisch systeem schynt hoogty te vieren en dat terwyl men den mond vol heeft van „veel voor de Coronianen tewillen doen.” (Het was ook veel voor de Coronianen dat gy had willen doen, heer N[2]., toen gy hun rijstperceel achter in pacht moest hebben, en nu, na er nagenoeg niets aan gedaan te hebben, het weer wilt verkoopen).

Als thans de kantonrechter zitting houdt, zyn het in den regel de hartrotziekte-zaken die den tijd inbeslag nemen.  Kon dit in de bedoelingvan het Bestuur gelegen hebben? Den rechter treft geen verwyt, omdat ZEG[3] slechts met het bloote feit heeft rekening te houden;  maar de opmerker kan wel lezen wat in vele gevallen omgaat in zijn hart.

Wat de zaak soms mooier maakt, is dat er weleens een bevelschrift is uitgereikt, zonder beteekening. Het komt er niet op aan: den domme Coroniaan heeft een bevelschrift gekregen.  Ja, maar als hij dien boom niet verwijdert, dan wordt hij krachtens dat bevelschrift voor den rechter gebracht.

En hoe geschiedt de inspectie? Over zwampen en in kapoeweri gaat men liefst niet. Wolf had 8 maanden gelegen met malaria,omdat hy over zwampen trok en die 8 maanden malaria waren hem later aangerekend, waardoor hij zich genoodzaakt zag, zijn ontslag te nemen,wilde hij erger voorkomen.

Het landbouwdept. tracht thans om art. 2. al. 2 G. B. 1918 No. 51, in toepassing te doen brengen, en make zoo spoedig mogelyk een einde aan het vandalisme. Doch ik vlei my evenwel niet met de hoop dat prof. Stahel zyn cacao-stokpaardje zal laten om zijn aandacht te wyden aan kokosnoot. Het is evenwel bezuiniging en eene goede ook om een flinke som uit te sparen op de f 1400’s-Jaars,  ‘t wegkappen van zieke kokosboomen in Coronie en daarom beveel ik het volgende in de welwillende aandacht van het Bestuur aan.

De verord. wordt zoodanig gewyzigd, dat bepaald wordt dat zieke boomen door den eigenaar worden verwyderd. Éénmaal ‘smaands houdt de commissie, bedoeld inart. 8 sub b, inspectie. Worden zieke boomen aangetroffen, dan moeten die op eerste aanmaning worden omgehakt. Worden bij eene volgende inspectie de zieke boomen nog aangetroffen, dan verbeurende eigenaren eene boete van f.1 per boom. Men zal het voordeelvan deze regeling wel inzien.

 

Paulus


[1] Waarschijnlijk de concurerende brievenschrijver Coroniaan (redactie coronie.eu)

[2]Neumann, de toenmalige veeopzichter in Coronie(redactie coronie.eu)

[3] Zijne EdelGestrenge (redactie coronie.eu)

 

Terug naar De Coroniaan of lees ook onze column!

Bladwijzer de permalink.

Reacties zijn gesloten.