Proclamere Coronie tot een Boschnegerkamp

koloniaal Nieuws- en Advertentieblad Suriname, nr 25, 68ste jaargang 1916

Brieven uit Coronie.

Coronie 22 Maart 1916.

Nog steeds legers muskieten. Een enkele dag, zou men meenen dat het minder is, maar spoedig is men van die dwaling genezen. Dat een mensch, ja zelfs een Coroniaan,  zoo voortgaande uit humeur raakt zal men wel gelooven. En nu komt waarachtig het Gouvernement ons humeur nog verder bederven en gaan we mopperen of we gelijk hebben?

Oordeel zelf lezer.

Er is officieus kennis gegeven dat er over gedacht wordt om de mailgelegenheid te veranderen, in dien zin dat de stoomer maar eens per maand zal varen.  Nu weet ieder dat de reis van Coronie naar Paramaribo per kotter voor passagiers ondoenlijk is. Zoon reis duurt  3 dagen. Logies of onderkomen is er op die kottertjes niet. Alles moet dag en nacht in weer en wind en regen aan dek blijven. Dat is dus geen reisgelegenheid.

Van Paramaribo naar Coronie duurt de reis ± 12 uur (met de stoomer) en zou dus noodgedwongen iemand daarvan gebruik kunnen maken, te meer daar uit de stad ook minder lading komt en dus allicht een hoek of gat te vinden is om onder de luiken te kunnen kruipen. Maar ieder zal instemmen dat eens per maand gelegenheid om naar de stad te gaan (en dan gedwongen er een maand te blijven al kan men zyn zaken in één dag afdoen) toch al te ongerijmd is om over te denken. We zijn dan ook overtuigd dat van dat plan toch niets komt. Maar waar we dan over mopperen?

Eenvoudig om de minachting onzer belangen, die uit de oppering van dat plan zijdens het Bestuur blijkt. We weten allemaal dat de Coroniedienst een schadepost is voor de Koloniale Vaartuigen.  Maar we weten hier evengoed dat die schadepost alleen zoo groot is door de slechte dienstregeling. Men kan zeggen dat opzettelijk de dienst zoo slecht geregeld is, om tot afschaffing er van te geraken. En dat is ’n hersenschim zoolang Coronie tot de kolonie Suriname behoort. Die dienst moet blijven.

En nu is het treurig dat het Bestuur blijkbaar zoo slecht op de hoogte is van de toestanden en zichzelf impotent moet verklaren om hierin verbetering te brengen.

De dienst is tegenwoordig ellendig, geen mensch doet zijn plicht. De stoomer ligt 16 uren voor Coronie vóór men de lading aan de wal krygt. De post is ‘s-nam. 5 uur reeds gesloten, niemand kan antwoorden of ‘t bestelde of gezondene is ontvangen of het goed is, of men meer verlangt.  Alles moet weer 14 dagen wachten. Wat de inwoners die verplicht zijn provisie enz. uit de stad te betrekken, en dat hier niet dan tegen oorlogsprijzen kunnen bekomen daarvan last hebben, is duidelijk, maar de neringdoenden en winkeliers, kunnen zoon toestand niet aanvaarden. En begrijpt nu het Bestuur er iets van, waarom men de kotters moet prefereren boven de stoomer?

Zelf tot ons eigene schade en last, maar daartoe gedwongen? En dat is nu een kleinigheid, maar er zijn zooveel grootere zaken die honderden nutteloos doen uitgeven. Gezwegen nog over de chicanes en plagerijen  die men bij het verzenden moet slikken. Regel is dat men nooit een zaak of bestelling per keerende kan afdoen.

Men krijgt ‘s morgens de brieven. Dien dag neemt de mail eenvoudig geen lading geen kip zelfs aan ofschoon men nog 2 maal met de booten naar de stoomer kan. Dat is zoo verordend, en daarop staat men als ‘n boer op zyn klompen. Wie doet je wat?

Maar kon men zeggen: regel en orde moeten er zyn. Fiat. Maar nu deze mail dan. Die komt Dinsdagmorgen aan, gaat dan naar (wie weet waarheen) koeien halen, komt Woensdagnamiddag terug en vertrekt Donderdagmorgen —Let nu wel op. Alle goederen moeten reeds Maandag vóór 2 uur ’s namiddags bezorgd zyn. Na dien tyd wordt er geen lading meer aangenomen. Dus Dinsdag niet en Woensdag evenmin. Waarom niet?

De booten gaan Woensdagnamiddag naar buiten, kunnen terug komen en gaan dan Donderdagmorgen weer met de passagiers en passagiersgoederen. Maar er worden Dinsdag en Woensdag geen goederen aangenomen, dus is er Woensdag natuurlijk geen lading voor die booten. Wie begrijpt het?

Dat is ‘n puzzle die de DC en de bootsman maar eens moesten oplossen. En zoo gaat het met die heele Gouv. Maildienst. Het geld —en daarbij te veel geld— wordt noodeloos uitgegeven, maar om een goede dienst te organiseeren (en ook te doen uitvoeren, want daarop komt het juist aan) kan blijkbaar ons heele Bestuur niet klaar spelen, en dus abandonneren, maar om te beginnen half. Is het niet treurig, en moeten we nu niet mopperen?

En zoo wordt Coronie altijd achtergezet en niet meegeteld als alleen om belasting te betalen. Zoo ook met die oorlogswinsten. We lezen hier ook couranten en weten uit De Suriname van 18 Februari 1916. Nr. 14 wat op 16 Febr. in de Kol. Staten is gezegd, door de heer Van Ommeren omtrent Brood en Meelprijzen. Er is gememoreerd met wat ‘n groot woord de A. v. F[1]. toen in Aug. 1914 liet blijken dat het Bestuur zou zorgen dat het brood niet boven 27 ct. per kilo zou worden opgevoerd. Maar toch was anderhalf jaar later de prijs 37 ct. En nu op 16 Febr. 1916 geeft de A. v. F. weer de  verzekering dat het Bestuur in deze diligent is. En nu vinden we dat op Coronie allemaal goed en wel, maar aangezien wij ons tot de Surinamers nog rekenen, vragen we toch. Wat dan met ons?

In Aug. 1914 begonnen hier ook het brood duurder te maken (precies als in de stad minder gewicht) en nu moeten we al 10 maanden lang voor een broodje dat 200 grammen weegt 10 cent betalen dat is 50 ct per kilo. Nu is ‘t niet aan te nemen dat het Bestuur daarvan niks zou afweten, dus mopperen we ook dat aan Coronie weer niet gedacht wordt. En ‘t zou toch zoo gemakkelijk zijn. Er staat hier een flinke bakkerij van C. K. en Co. disponibel. Het Gouv. zende direct of indirect een bakker met de noodige blom om brood te bakken en te verkoopen voor 30 ct. per kilo.  Die man verdient flink zijn brood, aangenomen dat hij goed brood bakt, dus de risico voor de zender is Nihil of 0. Ook met de blom is ‘t zoo. Momenteel is de prijs 44 a 50 ct. per ‘kilo. En andere artikelen ?

Een pakje Tabak van 20 ct. is nu f 0.35. Amerikaansche tabak f 4 per kilo. Manufacturen gaan met stuivers per el op. Thee, (kaas eet men hier niet meer) natuurlijk duurder als in de stad, dus we weten hier ook dat er zoo iets als oorlogsprijzen zijn. Natuurlijk weet het Bestuur daar niets van, want dan zou men de prijzen eens moeten opnemen. Doch daarover zullen we eens niet mopperen. Maar wel als het Bestuur ons in het eene geval blijkbaar buiten De gemeenschap staande beschouwt, en in het andere geval toont onze belangen niet te kunnen behartigen en ons dus maar begint af te schrijven want dat komt met een maandelijksche maildienst precies op ‘t zelfde neer.

Ongevraagde adviezen worden zelden gewaardeerd, maar op dat punt ben ik niet verwend en daarom geef ik hen die het aangaan beleefd in overweging die Coroniemaildienst eens goed na te gaan, van de overtollige ballast en betweterij te ontdoen, eens practisch en economisch te wijzigen, maar vooral te zorgen dat, die lamlendige luie Jan Salie geest (beginnende bij Bramerspunt tot aan ‘t Commissariaat te Coronie) er uitgezwaveld wordt. Ik verzeker hen dat ze er pleizier van zullen hebben en ’n duizend gulden per jaar voordeel ook. Voor ’t geval men daarvan niet gediend wil zijn of zich niet in staat acht, dan heb ik nog een ander advies. Men trekke het DistrictsBestuur met zijn toebehooren eenvoudig uit Coronie terug en proclamere het tot een Boschnegerkamp. Allicht zullen de Coronianen een Granman vinden in hun midden, en het zou me dan niets verwonderen als er spoedig een stoombootdienst Coronie—Paramaribo vise versa Coronie—Nickerie vise versa tot verbazing van het Bestuur verrees. Dat het op Coronie minder zou gaan als tegenwoordig geloof ik nooit. Men neme de proef maar eens.

Coroniaan.

En nu als naschrift „de proef op de som.” De stoomer kwam Dinsdagmorgen (nacht) omstreeks 1 uur voor Coronie, en om 7 uur waren lading passagiers, mail — alles al hoog en droog in ‘t Entrepot. En hoe kwamen ze nu op eens zoo quick ?  De stoomer moest verder, dus werd met bekwamen spoed en zooals het altijd moest gebeuren de booten gelost en geladen. Daar de stoomer er nu niet was, kon met het middagtij dus geen booten met lading naar buiten gezonden worden ergo was er voor de roeiers geen gevaar om direct naar binnen te komen, en dus onnoodig om buiten in de mond aan ‘t kanaal te blijven schuilen, ten einde aan die middagreis te ontsnappen. Trouwens men heeft het door het niet aannemen van lading en door die practijken reeds zoover gebracht dat de booten maar 2 reizen per mail doen, dat is 4 per maand, waarvoor ze maar eventjes f 17 per man ontvangen. En om zoon prachtig resultaat te bereiken heeft het Gouvernement nog een man voor f 45 per maand aangesteld. En door zulke schitterende blyken van goed beheer, komt Coronie in ’t gedrang en moet maar opdoeken. Mooi zoo!

Coroniaan.

Terug naar De Coroniaan of lees ook onze column!


[1] Administrateur van Financien, tegenwoordig min. V. Fin  (noot Coronie.eu)

Bladwijzer de permalink.

Reacties zijn gesloten.