Doordat mijn aandacht werd opgeslokt door een ander belangrijk onderwerp, ben ik er niet eerder aan toegekomen terug te blikken op de viering van 175 jaar sinds de officiële vastlegging van de naam Coronie. Dat doe ik alsnog in deze column.
Een jubileum is meer dan een feestelijke terugblik. Het is ook een gelegenheid om de geschiedenis van een district in haar volle omvang onder de aandacht te brengen.
Juist daarom bevreemdt het mij dat bij de herdenking van 175 jaar Coronie een belangrijke historische mijlpaal onbesproken bleef: de start van de bestuurlijke ontwikkeling van Coronie, waaraan op 9 maart 1836 een wettelijke basis werd gegeven. Dat is dus 190 jaar geleden.
Op 10 oktober 2026 herdacht Coronie dat het 175 jaar geleden was dat het officieel de naam Coronie kreeg.
De toenmalige koloniale wetgever regelde de naamswijziging van de districten Nickerie en Coronie in slechts één wetsartikel. Dat luidde, voor zover hier van belang, als volgt:
Heeft goedgevonden en verstaan te bepalen, gelijk bepaald wordt bij deze: Eenig Artikel. Voortaan zal het Opper-District Nickerie den naam voeren van Coronie, en het Neder-District uitsluitend dien van Nickerie. En zal deze aangeplakt en in het Gouvernements-Blad geïnsereerd worden. Paramaribo, den 10den October 1851. R. P. VAN RADERS. Ter Ordonnantie van den Gouverneur, De waarn. Gouvernements-Secretaris, A. KIKKERT SCHOTBORGH. Uitgegeven den 14den October 1851. De waarn. Gouvernements-Secretaris, A. KIKKERT SCHOTBORGH.
De naamswijziging van 1851 is een onderdeel van de geschiedenis van Coronie en Nickerie, maar vertelt niet het volledige verhaal van hun bestuurlijke ontwikkeling.
Ook 9 maart 1836 verdient bijzondere aandacht. Op die datum werd bij wet de belangrijkste stap gezet in de afzonderlijke bestuurlijke ontwikkeling van beide districten.
De betreffende wetgeving omvatte 74 artikelen. Dat staat in schril contrast met de naamswijziging van 10 oktober 1851, die in één wetsartikel (publicatie nr 10) werd geregeld.
Bovendien was de naam Coronie al vóór 1851 in gebruik. De wet van 1851 legde dus een bestaande naam officieel vast, terwijl de wetgeving van 1836 betrekking had op de bestuurlijke inrichting van het gebied.
In een artikel dat op 26 juli jongstleden op deze website verscheen, heb ik deze historische ontwikkelingen uitgebreid besproken en met bronnen onderbouwd.
Tegen die achtergrond had ik verwacht dat tijdens de herdenking op 10 oktober ook aandacht zou worden besteed aan het feit dat Coronie in 2026 eveneens 190 jaar geleden een belangrijke stap zette in zijn bestuurlijke ontwikkeling.
Helaas bleef deze historische mijlpaal, voor zover ik heb kunnen vaststellen, tijdens de herdenking onbesproken.
Ik kan mij moeilijk aan de indruk onttrekken dat persoonlijke animositeit daarbij mogelijk een rol heeft gespeeld. De betrokkenen weten immers hoezeer ik het belang van dit historische feit benadruk en hoe nadrukkelijk ik ervoor heb gepleit om er tijdens de herdenking aandacht aan te besteden.
Ik kan niet bewijzen dat het weglaten van 1836 hiermee verband houdt. Maar als mijn vermoeden juist is, zou dat betekenen dat persoonlijke rancune zwaarder heeft gewogen dan het belang van de geschiedenis van Coronie. Daarmee zou men niet alleen een kritische onderzoeker tekortdoen, maar vooral de geschiedenis van het district zelf.
Mocht het inderdaad de bedoeling zijn geweest mij hiermee persoonlijk te treffen, dan wil ik één ding duidelijk maken: mijn historische onderzoek en publicaties zijn niet afhankelijk van de erkenning door lokale bestuurders. Ik laat mij bij mijn werk leiden door historische bronnen, aantoonbare feiten en de overtuiging dat de geschiedenis van Coronie het verdient zorgvuldig te worden vastgelegd. Het al dan niet erkennen van mijn bijdrage verandert niets aan het historische belang van de feiten waarop ik wijs.
Wie meent door het negeren van een historische gebeurtenis ook de persoon die daarop wijst buitenspel te kunnen zetten, miskent dat geschiedenis niet het eigendom is van bestuurders, organisaties of individuele onderzoekers. De feiten blijven bestaan, ongeacht wie er aandacht aan besteedt en wie ze liever onbesproken laat.
Mijn inzet blijft daarom onverminderd gericht op het documenteren en toegankelijk maken van de geschiedenis van Coronie. Die geschiedenis verdient het op basis van bronnen, zorgvuldig onderzoek en zonder selectiviteit te worden vastgelegd.
Tegen deze achtergrond doet het mij deugd dat president Jennifer Geerlings-Simons twee dagen na de herdenking, op 12 oktober 2026, op haar Facebookpagina onder meer het volgende schreef:
In 1836 kreeg het gebied een bestuurlijke plek en in 1851 de officiële naam Coronie. Na 190 jaar geschiedenis is het tijd om vooruit te kijken: waar staat Coronie vandaag en welke toekomst bouwen we voor de komende generaties?
De president brengt hiermee terecht het jaar 1836 onder de aandacht, toen het gebied een bestuurlijke plaats kreeg. Ik ga er niet van uit dat zij dit historische feit bewust onbesproken heeft gelaten tijdens haar toespraak in Coronie op 10 oktober 2026.
Tijdens die toespraak benadrukte de president dat de geschiedenis van het district behouden moet blijven. Die boodschap onderschrijf ik van harte. Een gemeenschap die haar geschiedenis serieus neemt, probeert ook te begrijpen hoe zij is ontstaan, welke ontwikkelingen zij heeft doorgemaakt en welke gebeurtenissen haar identiteit hebben gevormd.
Ook districtscommissaris Eric Boldewijn wees op het belang van het vastleggen van de geschiedenis. Hij werkt aan initiatieven om historische documenten en boeken te verzamelen en de mogelijkheden voor een lokaal museum te onderzoeken. Daarmee wil hij het historische erfgoed van Coronie voor toekomstige generaties bewaren en toegankelijk maken.
Dat zijn waardevolle initiatieven. Historische documenten kunnen verdwijnen, kennis kan verloren gaan en verhalen van oudere generaties worden niet vanzelfsprekend doorgegeven. Daarom is het van belang werk te maken van een systematische documentatie van de geschiedenis van Coronie.
Maar juist hier ligt de kern van mijn bezwaar.
Geschiedenis vastleggen doe je niet selectief
Wie het belang van geschiedschrijving benadrukt, moet bereid zijn de geschiedenis in haar volle omvang onder ogen te zien. Je kunt niet oproepen het verleden te bewaren en tegelijkertijd relevante historische gebeurtenissen buiten beschouwing laten zonder daarvoor een goede reden te geven.
Geschiedenis is geen menukaart waaruit we alleen die gebeurtenissen kiezen die ons op een bepaald moment goed uitkomen. Evenmin mag geschiedschrijving worden beperkt tot de feiten die bij een officiële viering centraal staan. Een verantwoord historisch verhaal vraagt om volledigheid, zorgvuldigheid en de bereidheid verschillende perioden en ontwikkelingen met elkaar in verband te brengen.
Dat betekent niet dat iedere herdenking alle historische gebeurtenissen uitvoerig moet behandelen. Wel betekent het dat relevante historische mijlpalen niet zonder goede reden buiten beeld behoren te blijven, zeker niet wanneer vooraf uitdrukkelijk op hun betekenis is gewezen.
Waarom zou het ene historische feit wel aandacht verdienen en het andere niet? Als we de geschiedenis van Coronie werkelijk willen vastleggen, moeten we bereid zijn die vraag te beantwoorden.
Geen geschiedenis voor één feestdag
Als webmaster van Coronie.eu houd ik mij al jarenlang bezig met het verzamelen, onderzoeken en publiceren van historische informatie over Coronie. Daarbij heb ik geleerd hoe belangrijk het is bronnen te raadplegen, gegevens te controleren en gebeurtenissen in hun historische context te plaatsen.
Dat werk brengt ook een verantwoordelijkheid met zich mee. We moeten onderscheid maken tussen wat aantoonbaar vaststaat, wat nader onderzoek vereist en wat in de loop der tijd onderdeel is geworden van de overgeleverde geschiedschrijving.
De noodzaak van nader onderzoek mag echter geen reden zijn om vragen over de volledigheid van onze geschiedschrijving terzijde te schuiven. Integendeel, zij onderstreept waarom historisch onderzoek noodzakelijk is. Als we niet precies weten hoe bepaalde bestuurlijke ontwikkelingen zich hebben voltrokken, moeten we die onderzoeken en documenteren, in plaats van er eenvoudig aan voorbij te gaan of vanaf een podium onbewezen beweringen te doen.
Ik hoop daarom dat de oproep van districtscommissaris Boldewijn meer zal opleveren dan goede voornemens. Laat er structureel beleid komen voor het verzamelen, bewaren en toegankelijk maken van historische bronnen.
Een lokaal museum kan daarin een belangrijke rol spelen, maar een museum alleen is niet voldoende. Ook een toegankelijk archief, betrouwbare publicaties en een kritische omgang met historische bronnen zijn noodzakelijk.
De geschiedenis van Coronie behoort niet toe aan één bestuurder, één organisatie of één generatie. Zij is het gezamenlijke erfgoed van iedereen die zich met het district verbonden voelt.
Herwin Hooplot