Zijn alle Coronianen familie van elkaar?

Vaak hoor je de bewering dat alle Coronianen familie van elkaar zijn. En sommigen gaan daarin zover, dat ze beweren dat in Coronie sprake is van grootscheepse inteelt.

Ik ben geen deskundige op dit gebied maar indien sprake zou zijn van inteelt, dan zou je daar veel kinderen en volwassenen met afwijkende fysieke en psychische kenmerken moeten hebben. Daar is echter – voor zover mij bekend – geen sprake van en ook nooit van geweest!

Tijdens mijn jeugd in Coronie waren kinderen en volwassen met afwijkingen op de vingers van één hand te tellen. Zij waren binnen en buiten Coronie bekend. En dan bedoel ik mensen met wat we nu kennen als “het Downsyndroom”.

Pas nadat ik als twaalfjarige naar Paramaribo was verhuisd, zag ik afwijkingen bij mensen, waar ik nooit eerder van had gehoord, laat staan ooit had gezien. In Coronie kende ik slechts één persoon van wie werd gezegd dat zijn grootvader, zijn biologische vader was: een curiositeit in Coronie.

Als reden voor het gesuggereerde bestaan van “grootscheepse inteelt” in Coronie wordt vaak genoemd, Coronie’s geïsoleerde ligging in het verleden. Hierdoor zou het lastiger zijn geweest om een partner te kiezen.

Echter is het in Coronie algemeen bekend, dat van generatie op generatie de ouderen uit de gemeenschap de bloedlijnen zwaar bewaakten, om te voorkomen dat bloedverwanten met elkaar “liefdesrelaties aangingen”, met het risico op het verwekken van kinderen met een of meer genetische afwijkingen.

Wettelijk of erkend vaderschap is voor de ouderen nooit bepalend geweest, om vast te stellen of er wel of niet sprake is van bloedverwantschap, en dus van een verboden relatie.  Het gevolg hiervan was wel dat ouderen als poortwachter fungeerden om de bloedlijnen te bewaken. Feiten over biologisch vaderschap waren, en zijn nog steeds bepalend in Coronie.
Bovendien was het vroeger in Coronie, en misschien ook in andere districten, normaal dat bij een huwelijk de man de voorkinderen van de vrouw – voor zover die niet reeds door hun biologische vader wettelijk waren erkend – wettelijk erkende als zijn eigen kinderen.

Sterker nog: erkenning van de voorkinderen van de vrouw was in het verleden zelfs huwelijksvoorwaarde nummer één. Het motto daarbij was: Ef’ yu lobi okro, yu musu lobi en siri tu. Letterlijk vertaald: als je van oker houdt, zal je (noodwendig) ook van haar zaden moeten houden ofwel: wie de lusten wil, zal ook de lasten moeten dragen.

Een onderzoek naar bloedverwantschap, en dus naar de toelaatbaarheid van een relatie, strekte zich vanouds uit tot de groot- en/of overgrootouders van de jongen en het meisje, die iets met elkaar wilden beginnen. Soms zelfs tot de betovergrootouders, met name als ouders – om hen moverende reden(en) –  hun kind niet in een bepaalde familie wilden zien opgaan.

Dit controlemechanisme werkt efficiënter in een kleine gemeenschap als Coronie dan in het grote anonieme Paramaribo. Hierdoor is de kans op inteelt in Paramaribo altijd groter geweest dan in Coronie, is mijn voorzichtige conclusie.

Als liefhebber van stamboomonderzoek kom ik nog tal van dergelijke, soms duizelingwekkende samenlopen tegen, zonder dat sprake is van bloedverwantschap.    

Mensen, situaties en bepaalde gebeurtenissen blijken vaak heel anders te zijn dan zoals je ernaar kijkt. De geest heeft de gewoonte te gehaast te zijn. Als men onbevooroordeeld blijft en geduld en nieuwsgierigheid toepast, kan men veronderstellingen van bloedverwantschap gemakkelijk ontrafelen. De dingen zijn immers niet altijd wat ze lijken.

.

Herwin Hooplot

Bladwijzer de permalink.

Reacties zijn gesloten.