Deze onverdeelde boedels kunnen wij het probleem van Coronie noemen!

Koloniaal Nieuws- en Advertentieblad Suriname, 75ste jaargang, no 21, d.d 13 maart 1923

Coronie, 27. 2. ’23.

Polderverordening 1917 G. B. 62.

Art. 2 bepaalt dat de verord. van toepassing is op een plantagepolder in het district Coronie, indien een aantal belanghebbenden in dien polder, vertegenwoordigende tenminste 2/3 v. h. aantal HA. grondbezit in den polder, zulks verzoeken. Dit art maakt feitelijk de verord. tot ‘n paskwil. Waarom niet ook evenals in de verord. ter bestrijding v. d. hartrotziekte bepaald, dat  deze verord. bij wijze van proef toepasselijk wordt verklaard op alle plantages in Coronie,  gedurende b v. 5 jaar?  Is het Bestuur niet overtuigd van de noodzakelijkheid van eene dergelijke verord., of  heeft het particulier eigendom niet aan banden willen leggen, of is het overtuigd, dat de economisch zwakke Coronianen onmachtig zullen zijn de verord. na te leven en hun daarom de vrye keuze gelaten?

Ik wil eerder dit laatste aannemen; want wie de geschiedenis van Coronie  kent, weet dat de vroegere eigenaren de plantages gesloopt en versnipperd hebben, omdat zij niet langer in staat waren eene behoorlijke loozing te onderhouden door de steeds aanwassende modderbank. Wat is reeds niet weggegooid aan het kanaal van Totness vanaf 1886 tot nu toe? Nu zal men my tegenwerpen dat de polderverord. niet speciaal handelt over de buitenloozing.  Maar welke binnenloozing kan in vlakland goed zijn, indien er geen goede buitenloozing is?

Houden wij ons aan deze buitenloozing — kanalen — dan is het ons niet begrijpelyk, waarom er eene speciale verord. in het leven moest geroepen worden om deze zaak te regelen. Tusschen de plantages in Coronie bevinden zich de kanalen en volgens art. 707 B. W. moeten deze gemeene grachten of stopten op gezamenlijke kosten worden onderhouden. En deze kanalen zijn gemeenschappelijk volgens art. 706, daar de dammen aan weerszijden zijn opgeworpen.

Art, 626 al. 3, kent den eigenaar het recht toe om op zyn eigendom te bouwen en te graven. Art 708 geeft aan ieder der aangrenzende eigenaars het recht om in de gemeene gracht of sloot te visschen, varen, zijne beesten te drenken en daaruit tot zyn gebruik water te scheppen. Ligt het niet in- den aard der zaak dat deze eigenaren de gemeene gracht — het kanaal — ook voor andere doeleinden, bv. loozing van hunne perceelen kunnen gebruiken? En als nu de binnenloozing op deze buitenloozing valt, is het dan niet een groote stap in de goede richting?  Nu zijn vele eigenaren in Coronie onkundig van dit recht — zooals van nog veel meer—, anders hadden zij niet speciale loostrenzen gegraven. De hoeveelheid water door zoo’n loostrens af te voeren zou het kanaal ten goede komen en by een geregeld openhouden en één of 2x  ‘s-jaars  schoonmaken  v. h. kanaal, zou dit wel geen ideale loozing zijn, maar de toestand zou niet zijn, als nu.

En nu het:  „vertegenwoordigende  ten minste 2/3  v. h. aantal HA.  “Lacht niet, lezers, als ik u vertel dat er perceelen hier zijn van b.v. 1/2 ketting breedte (= ongeveer 14 m, red coronie.eu). met 5 tot 10 eigenaren. Wij hebben 5 polders in Coronie.  Wanneer men ging uitpluizen de werkelijke eigenaren en de verzoekers, dan zou er niet veel overblijven van zoo’n polder. O, die onverdeelde boedels!

Gouverneur Staal[1]) had willen helpen, doch het is hem niet gelukt. Welke gouverneur  hakt den knoop in deze onverdeelde boedels door?  Het zou voor Coronie en de gansche kolonie en niet het minst voor het Bestuur ‘n zegen zijn. Deze onverdeelde boedels kunnen wij het probleem van Coronie noemen.  Art. 5 van de verord. regelt het polder bestuur.  Zou het niet beter zijn, indien bepaald werd dat één van de 3 leden door den D. C. benoemd wordt en de 2 anderen door belanghebbenden gekozen?  Want heusch er behoort meer toe een pen te hanteeren dan een houwer. De DC zou vele begrootingen beter begrijpen en het veel geconfereer was zeker niet noodig, daar de tijd beter zou kunnen benut worden voor andere zaken in het belang v/h district. Art. 6. spreekt v. h. huish. regl. Welk polderbestuur heeft zoo iets? En nu eenige vragen.

Als eenmaal belanghebbenden een polder vormen, doch later blijkt, dat zij niet in staat zijn de verord. na te leven, hebben zij dan niet het recht — natuurlijk met opgave van gegronde redenen — ontheffing te vragen van de bepalingen van de verordening ?

Neem nu aan dat eenige eigenaren in een polder hunne gezamenlijke aandeelen verkoopen aan iemand anders, die daardoor eigenaar wordt van tenminste 2/3 van het aanwezige aantal HA., en deze nieuwe eigenaar geen polder verord. wenscht, zal hu dan gedwongen” zijn zich aan deze verord. te Houden?

Als nu ‘n polder verwaarloosd wordt door verlating van de perceelen, en ten slotte een klein aantal belanghebbenden overblijft— zegge 1/3, is dan de verord. nog van toepassing ?

En nu het aantal zwakken, zieken, gebrekkigen en onvermogenden in zoo’n polder.-  Hoe moet met dezen  gehandeld worden?

Zoo zou ik nog verder kunnen  gaan, doch meen te kunnen volstaan met de voornaamste artt.  eventjes aan te roeren, opdat de onbruikbaarheid van de verord. blijken kan. Ging het met de Kolon. kas goed, dan zou ik voorstellen Coronie te verdeelen in zegge 6 waterschappen.  leder waterschap te voorzien van een stoomgemaal van voldoende capaciteit om het binnenwater uit te pompen. De eigenaren betaalden dan een waterschapsbelasting welke gelden door het Gouvernement dienden besteed zou worden in het belang van zoon waterschap. De kosten voor aanschaffen, opzetten, enz. van het stoomgemaal werden dan ponds pondsgewijze verdeeld over de eigenaren en werd dit gemaal hun eigendom, wanneer alles terugbetaald was. De perceelen konden desnoods als waarborg dienen. Ik geloof dat hiermede een beter toestand geschapen zou worden, maar ach, there is no money. De toestand is erg — ik bedoel de geldstoestand —, want zelfs de hoop op het verkrijgen van landbouwvoorschotten in dit jaar is ontnomen.  There is no money.

PAULUS.

Noot redactie Coronie.eu:Via onderstaande link kom je in de digitale bibliotheek van de Nationale Assemblee (DNA), waar je regels vindt over eigendomsrecht enz. Daar kun je lezen dat de bovenbedoelde regels nog steeds gelden, met name de artikelen 706-708. Zie artikel 625 en volgende over eigendom en de wijze van verkrijging van eigendom. Vanwege het boedelprobleem zou naar ons oordeel een nieuwe vorm van eigendomverkrijging moeten worden ingevoerd in Suiriname die zich specifiek richt op onherroepelijk vaststellen van eigendomrechten bij (praktisch) ondeelbare of moeilijk deelbare boedels.

https://www.dna.sr/wetten/09—Burgerrechtelijke-en-aanverwante-regelingen/burgerlijk-wetboek.pdf

 

[1] G.J. Staal, gouverneur van Suriname d.d. 25-11-1916 tot 16-12-1920 (red. Coronie.eu)

Bladwijzer de permalink.

Reacties zijn gesloten.