Coronie, weleer het land van melk en honing. Thans het land van kommer en ellende.

Redactioneel artikel van het: Koniaal nieuws- en advertentieblad d.d. 05-07-1935, Jaargang 87, nr. 54. 
Coronie, weleer het land van melk en honing. Thans het land van kommer en ellende.
De gevolgen van de wereldcrisis zijn ook dit deel van ons land niet voorbij gegaan. Evenals elders hebben de Coronianen volop hun deel in de misère, die al jaren over de ganse aardbodem heerst. Coronie eens het land van melk en honing, is thans een land van kommer en ellende. De producten waarvan de mensen het moeten hebben, zijn sterk in prijzen gedaald, en dit maakt het leven natuurlijk gecompliceerd. Vooral als men weet, dat deze bewoners achter de modderbank betere tijden gekend hebben. Hiervan kan niemand een verwijt worden gemaakt. Dit zou onbillijk, meer nog onredelijk, zijn. Doch wat wel als een fout kan worden aangerekend, is, dat deze mensen steeds maar worden gedrukt door belastingen en andere uitgaven die niet altijd naar draagkracht worden geheven of onnodig zijn.

Het is al geruime tijd, dat wij van verschillende zijden worden bestormd met artikelen uit Coronie, die erop wijzen dat er onder de bevolking grote ontevredenheid heerst. Wij erkennen dat er onder de klachten sterk gekleurde zijn, doch er zijn er ook die beslist de druk der tijden in aanmerking genomen, niet behoeven te bestaan. Althans men behoeft geen voedsel hieraan te geven, door het treffen van maatregelen die meerdere lasten op de bevolking leggen en dus het leven gecompliceerder maken. De stroom ingezonden stukken die ons met elke boot bereikt, is nu reeds uitgedijd tot een machtige. Wij hebben getracht -langs andere kanalen iets in het belang van de klagers te bereiken, zonder dat wij hierin geslaagd zijn. De toon wordt scherper en scherper en wij voor ons zien hierin gevaarlijke symptomen, die niet bevorderlijk zijn voor rust en orde. Daarom achten wij ons verplicht te waarschuwen. Uiting geven aan al deze grieven, kunnen wij niet, doch wat wèl kan is de aandacht vragen voor bepaalde, die naar onze bescheiden mening, wel gemotiveerd zijn. Over het heffen van belastingen niet naar draagkracht maar met de Franse slag, wordt bitter geklaagd. Deze aangelegenheid werd door zekere Arah, ter kennis van de Landvoogd gebracht verleden jaar bij diens bezoek aan Coronie. Volgens mededelingen heeft de Landvoogd bij deze gelegenheid beloofd deze klacht nader onder de ogen te zien. De indruk had men dat de Gouverneur overtuigd was van de juistheid der grieven, doch tot heden bestaan zij onverzwakt. Integendeel vinden de aanslagen op de meest willekeurige wijze plaats en kunnen de aangeslagenen de belastingen met geen mogelijkheid betalen. Het gevolg is kosten op kosten, die de druk groter maken.

Teneinde executie te voorkomen en aldus geheel te gronde te gaan, moeten de belastingschuldigen hun producten a tout prix verkopen hetgeen hun ellende niet voor een onaanzienlijk deel vergroot. Met een voorbeeld lichtte een der berichtgevers ons dit toe. De aanslagen werden dit jaar op 14 Juni uitgereikt.

Stel eens voor, dat de belasting f 5. bedraagt dan moet dit uiterlijk 14 October worden voldaan. Geschiedt dit niet dan krijgt men een aanmaning (kosten 25 cts.) Is de aangeslagene nog niet bij machte te betalen dan volgt een dwangbevel (65 cts) en kan hij het daarna niet klaarspelen dan volgt beslag (f 4.50) dus aan kosten alleen het bedrag van 15.40 op een belasting van f 5.— Nu kan men van overheidszijde makkelijk redeneren dat de belasting dan op tijd betaald moet worden en dat de kosten niet gemist kunnen worden omdat deze bedoeld zijn als middel om dè belastingschuldigen te dwingen op tijd te betalen, doch zij die zo redeneren, houden geen rekening met de werkelijkheid.

Zij weten niet wat het dezer dagen zeggen wil, voor mensen met wisselvallige inkomens, de eindjes bij elkaar te houden, laat staan om altijd op tijd aan verplichtingen te voldoen. lemand met een vast inkomen die weet, dat hij zoveel gulden per maand ontvangt, kan zich daarnaar regelen, maar degenen die van anderen te vorderen hebben, weten op geen stukken na wat de ontvangsten zullen bedragen. Dit klemt te meer voor degenen die producten aan de man moeten brengen en vaak komen te staan voor een overvoerde markt. Klaagt men dus enerzijds om de belastingen, zelf met meer grond kan dit geschieden ten aanzien van de kosten. Wij hebben het allemaal moeilijk, het Bestuur incluis, waarom wordt er steeds van deze zijde gehandeld alsof de moeilijkheden niet bestaan voor particulieren. Wanneer dit niet zo is, waarom moet men dan juist in deze tijd aankomen met een waterschap voor Coronie. Dit brengt toch nieuwe finantieële verplichtingen voor de nooddruftigen. Getuigt dit van besef van de moeilijke tijden die wij doormaken? Tegen deze stap is dan ook uit de boezem van de belanghebbenden verzet gerezen.

De berg van stukken over deze nieuwe kwelling, die wij ontvangen, groeit met de dag aan. Eerst ging het verzet tegen zekere Bend die zonder medeweten of goedkeuring van de belanghebbenden aan de Gouverneur was voorgedragen te worden benoemd tot voorzitter van de waterschap. De ontevredenheid met deze wijze van benoeming was algemeen. Deze Bend die één lijn trok met de DC was de uitverkorene. Later heeft Bend echter voor deze eer bedankt, toen hij inzag dat hij voor het karretje van het Bestuur werd gespannen en tegen eigen overtuiging in zou handelen. Geven wij het woord aan een onzer berichtgevers.

Wij hebben deze cri de coeur overgenomen, zoals het ons bereikte.

— Coronie 25 Juni 1935.
Op de 23e December 1934 werd een algemene vergadering gehouden betreffende de waterschap Totnesspolder. Niet alle belanghebbenden waren aanwezig, slechts vijftig of zestig. De DC stelde de vergadering voor, deze verordening aan te nemen, doch helaas! geen gehoor werd gegeven. Protesterend werd de vergaderzaal verlaten. “Geen waterschap, wij blijven bij onze polderverordening”. Zondag de dertigste December 1934 werd weer een vergadering belegd door de DC. Aanwezig waren bijna tachtig leden. Vele belanghebbenden hadden gezegd dat zij de Waterschapverordening niet zullen aannemen.

G.B. 1932 No. 32 Waterschanverordening art. 2 zegt: Geen verordening tot oprichting wijziging of opheffing van een waterschap wordt voorgesteld, dan nadat de belanghebbenden in de gelegenheid worden gesteld hunne bezwaren tegen het voorstel in te brengen. Dat heeft de DC niet gedaan. Wat een sensatie wilde de DC in Coronie verwekken? Zal hij het volhouden? De belanghebbenden van de Totnesspolder willen geen waterschapverordening. In de maand Juni werd weer een vergadering belegd voor het kiezen van een Bestuur. De verkiezing ging niet door. De 10de Juni nogmaals vergadering voor verkiezing van een waterschapbestuur. De belanghebbenden blijven volhouden. Het is al acht jaar dat zij in de Totnesspolder de polderverordening hebben.
G. B. 1933 No. 195 art. 4 bepaalt, dat bijdragen voor onderhoud van sluis of koker naar evenredigheid zullen geschieden, eveneens de daaraan verbonden kosten van beheer. Wij zijn bereid bij te dragen voor onderhoud van de koker, doch waterschapverordening willen wij niet hebben. De D C doet beter de vierde straat langs het zoetwaterkanaal in orde te brengen en de voornaamste plaats van de vestigingsplaats Totness goed te regelen.

Wij hebben onze rijstpercelen gekocht en betaald, onder voorwaarde van een polderverordening. Waarvoor dringt het gouvernement ons een Waterschap op? Er zijn zovele gronden die de polderverordening hebben, doch zij worden niet gedwongen.

Zijn de belanghebbenden van de Totnesspolder geen grenseigenaars? De waterschapverordening is niet aangenomen, toch wilde de DC een bestuur kiezen uit leden die geen belanghebbenden zijn in de polder; landsdienaren wilden kiezen die geen besef van een polder hebben.
De DC wilde zekere B. aan zijn zijde hebben, om met hem samen te werken inzake de waterschap, doch B. heeft twee percelen in de polder. Hoe kan hij samenwerken met de DC tot eigen nadeel? B. is gehaat door de belanghebbenden van de Totnesspolder, door toedoen van de DC.

B. was zeer bemind In heel Coronie. Hij heeft zich van de DC afgewend nu zullen wij zien, wie hem steunen zal. De hoofdman van genoemde polder doet zijn best de belanghebbenden aan te sporen te werken onder de polderverordening en dat zij moeten doorgaan met planten en niet luisteren naar de waterschap, willen zij later geen honger lijden. Door toedoen van de DC met zijn waterschap, is al onze zaaipaddi naar de maan. De DC is nu bezig met een polderverordening voor de grond Mary’s Hope, een grond van zestien belanghebbenden. Vergadering op vergadering, zonder resultaat. Zekere K. die de belanghebbenden heeft aangeraden dat zij geen polderverordening moeten aannemen, wilde de DC steunen in Mary’s Hope polder. Belasting innen, niets anders. Laat ons met rust, want hongersnood staat voor de deur.

Dit stuk is het meest gematigde welk wij onder de talrijke aantroffen. Wie echter het volk kent zal hieruit voldoende lering putten dat men de mensen tot wanhoop drijft. Onder normale tijden zou dit reeds niet verantwoord zijn, des te meer dus in deze tijden, waar, door de heersende nood, de ontevredenheid met de dag grotere afmetingen aanneemt.

Bladwijzer de permalink.

Reacties zijn gesloten.