Coronie wenst breed draagvlak voor buitenlandse investeringen

Een deel van het Coroniaans ondernemerschapsveld was onaangenaam verrast met de aankondiging van president Santokhi dat een buitenlands bedrijf, in deze Pomeroon Coconut & Spices met de teelt van kokos zal aanvangen in het district Coronie.

Op het eerste gezicht is dat een positieve ontwikkeling ware het niet dat bewoners, grote en kleine ondernemers in Coronie op het gebied van kokosteelt, niet op de hoogte zijn geweest van deze stap. Het lijkt alsof hiermee de president voorbijgaat aan de inspanningen van de Coroniaanse gemeenschap om de kokosteelt weer zelfstandig ter hand te nemen en dus ook rekent op ondersteuning van overheidswege. Hierdoor kan zowel de overheid als de gemeenschap van Coronie invulling geven aan het geloof in eigen kunnen. Coronie heeft dit als geen ander district jarenlang gedemonstreerd.

Aankondigen dat een buitenlands bedrijf in de komende periode zal overgaan tot het planten van 65.000 kokosbomen in Coronie, na een poos toegang krijgt tot 5.000 ha grond, en denken dat men hiermee Coronie -dat zichzelf decennialang middels onder andere de kokosproductie kon redden-, een gunst bewijst, is naïef en kortzichtig.

Het ondersteunen van de ontwikkelingsinspanningen in Coronie is een gevoelige kwestie, maar de hoop is er altijd dat de overheid er alles aan zal doen om behalve het faciliteren van buitenlandse ondernemingen, ook wat genoemd wordt local content haalbare toegang te verschaffen tot investeringskapitaal. Ook al zijn het dezelfde overheden die in belangrijke mate de ondermerschapgeest in Coronie hebben ondermijnd. Toch is het niet te laat om te onderzoeken wat de ontwikkelingsinspanningen in Coronie stagneren en te inventariseren wat met name het brede ondernemersveld in Coronie nodig heeft aan input of incentives.

De kokosnoot die groeit op het achter- of voorerf is zo een gemeen beeld in Coronie, dat je het telen van de kokosnoot, dat een deel is van de ‘huisondernemerschapsziel’ van de Coroniaan, niet laat overnemen door een buitenlandse ondernemer. Is er niet gedacht aan een joint venture met het bedrijf, waardoor zij niet per se toegang krijgt tot grond, maar samen met de Coroniaanse ondernemers een bedrijfstak kan ontwikkelen binnen de kokosindustrie die nog ‘braak’ is. 

Pomeroon zou juist kunnen starten met een tak die niet wordt ingevuld door de Coroniaanse gemeenschap en ondernemers. Miljoenen liters kokoswater produceren voor de interne en externe markt hoeft niet door Pomeroon, dat kunnen de Coroniaanse ondernemers ook bereiken als ze toegang krijgen tot investeringskapitaal. Sterke Coroniaanse ondernemers moeten dan in staat zijn om samen met Pomeroon te definiëren hoe de kokosindustrie in Coronie verder te diversifiëren, wat zij voor hun rekening kunnen nemen en waar Pomeroon zich op kan richten. Daar hoeft de overheid niet zonder meer tussen te komen.

Dit brengt ons gelijk naar uitspraken van president Santokhi waarin hij stelde dat Coronie wederom het echte kokosdistrict wordt en dat het Tambaki-visproject ook in Coronie komt te staan; dat slechte tijden voorbij zullen gaan en dat goede tijden er aankomen. Wat onze klompen breekt is wanneer hij stelt dat er geen tweede kans komt en dat Coronie deze kansen moet benutten. Over welke eerdere kansen heeft de president het en wie bepaalt het aantal kansen voor Coronie?

Het is goed dat de president beseft dat Coronie decennialang inderdaad het land van melk en honing is geweest. Coronie heeft periodes gekend waarbij ruim 7.5 miljoen kokosnoten werden geoogst, duizenden kilo’s rijst, honderden kilo’s koffie en skrati, en duizenden liters honing werden geproduceerd. De Coroniaanse gemeenschap schuwt geen investeerders, maar er moet een goede level playing field zijn. In de kwestie van Pomeroon is dat nog niet echt het geval voor ons. Wat de Coroniaanse gemeenschap mist, zijn duurzame en oprechte pogingen om haar weer op de been te helpen, want lopen kon zij zelf(standig) en wil zij zelf(standig) weer. Laatdunkende opmerkingen over hoe lui of niet-vooruitstrevend Coronianen zijn geworden, mogen hier en daar misschien een grondslag, hebben, maar ze helpen niemand een stap verder.

Wat we willen is dat er een breed of breder draagvlak ontstaat voor externe investeringen of andere besluiten die van invloed zijn op het wel en wee van het district. Hierover willen we met de president in gesprek. Nog wat heer president, de plek die is genoemd voor eventuele toewijzing aan de Guyanese ondernemer, heeft een grote cultuurhistorische betekenis voor de Coroniaanse gemeenschap. Het is essentieel dat dit punt van bespreking wordt en dat gezamenlijk naar alternatieven (locaties) gekeken wordt.

G. Monkou
Namens de groep bezorgde Coroniaanse bewoners en ondernemers

Bladwijzer de permalink.

Reacties zijn gesloten.