Nieuwe districtscommissaris voor Coronie

Tot voor kort meende iedereen reeds te weten wie de nieuwe DC zou worden in Coronie. Dat is niet langer het geval. De gedoodverfde kandidate Harriet Ramdin lijkt uit de picture te zijn verdwenen, terwijl ze al bezig was met meet the people bijeenkomsten. Het parlementslid Tarnadi zou in de picture zijn. Maar de goede man – geschokt in zijn moreel – ontkent dit stellig en gaat zelfs een stapje verder door te zeggen dat hij momenteel helemaal geen interesse heeft in de functie en dat Harriet Ramdin zijn favoriet is. Vervolgens merk je dat mevrouw Ramdin een parlementaire delegatie ontving als DC in Spee! Beheersdaden evenwel, worden in Coronie momenteel verricht door de DC van Nickerie.

Allemaal heel verwarrend. Om er een schepje bovenop te doen: onlangs werden 3 nieuwe Dc’s benoemd, mevrouw Ramdin zat er niet bij. Ik en vele anderen hadden gehoopt dat met deze nieuwe regering aan de stiefmoederlijke, Koprokanoe-euzebehandeling van Coronie definitief een eind zou komen. Maar misschien moet deze regering voorlopig het voordeel van twijfel worden gegeven.Ik ontkom overigens niet aan de indruk dat Tarnadi ervoor vreest de functie van DC in de maag gesplitst te zullen krijgen, zodat zijn schaduwkandidaatEric Boldewijn in het Assemblee- pluche kan plaatsnemen. Maar dit scenario bevalt Tarnadi kennelijk om de dooie dood ook weer niet. Dat is ook begrijpelijk. Als assembleelid van de regeringspartij sta je in Coronie immers feitelijk boven de DC. Jij deelt er de lakens uit. In feite maken dus Tarnadi en Paal thans – lijkt mij – de dienst uit in Coronie. Dat was ten tijde van de Frontregering ook de doodnormale verhouding tussen de DC (in elk district) en de volksvertegenwoordiger(s) van de regeringspartij. Als Tarnadie dus DC van Coronie wordt, ontstaat er feitelijk een gezagsverhouding tussen hem en Paal.  Een stapje terug dus voor Tarnadie.

President Bouterse van zijn kant zou volgens Dagblad Suriname van oordeel zijn dat nu maar eens eindelijk een gekozen politicus de functie van DC moet gaan bekleden. Op het eerste gezicht een mooie democratische gedachte van de president, maar dit is volgens mij helemaal geen goed idee; ja, zelfs een zeer slecht idee omdat hierdoor de tegenstellingen alleen maar groter zullen worden. Mensen worden al dan niet getrapt verkozen in een politieke functie; de president van de republiek ook, en hij heeft een eigen budget waarmee hij in theorie “mooie dinges”  kan doen voor het volk ofwel mooi beleid kan voeren. Een DC heeft geen eigen budget. Hij/zij zit er slechts om het beleid dat op ministeries is voorgebakken en waarvoor ook door de ministeries geld is vrijgemaakt, uit te voeren. Hij/zij heeft geen vrijheid de gelden anders te besteden dan voor het doel waarvoor ze zijn gefourneerd. Wij, bevinden ons hiermee op het niveau waarop met kleine dorpspolitiek invulling wordt gegeven aan het beleid. Names and faces worden dan interessant als essentiële aspecten. De politieke kleur en de invloed van volksvertegenwoordigers van de regeringspartij in het district geven dan de doorslag. Mensen worden beloond of bestraft voor hun stemgedrag tijdens de verkiezingen.

Sinds de invoering van het Statuut in Suriname, op 15 december 1954, begon deze opdeling: in Coronie werden vrienden vijanden voor het leven vanwege politieke kleurverschillen. Familiebanden kwamen om politieke redenen in de knel. Goedwillende personen werden bij wijze van spreken uit Coronie verjaagd (Emile Wijntuin).  Als je van geloof RK was, behoorde je te stemmen op de PSV. Een EBG’er wist gewoon niet anders dan dat op de NPS van Kraag, Ara en Maribot (of is het Mari Bol) gestemd moest worden. En daartussenin had je nog de Onafhankelijkheidspartij Coronie (OPC) van Edmund Vriesde, alias Fidel Castro, die uiteindelijk uit opportunisme overstapte naar de NPS om zijn kansen te worden verkozen als volksvertegenwoordiger, te vergroten. En ja hoor: Castro werd eindelijk verkozen! Dominees en priesters in Coronie bliezen vanaf de kansel ook hun partijtje mee.

Partijvorming tastte de voordien goede relatie tussen districtgenoten dusdanig aan, dat dit een gebrek aan saamhorigheid veroorzaakte, dat tot de dag van vandaag doorwerkt. Mensen zijn nog steeds bang hun mond open te doen uit vrees hun overheidsbaantje te verliezen. En dat mag je ze ook niet kwalijk nemen, het is immers geen lafheid maar gewoon een overlevingsstrategie.

Mensen wilden na de vorming van politieke partijen dus niet langer met elkaar samenwerken, zoals in de tijd van Basja Tay, een man naar wie zelfs een straat in Coronie is vernoemd. Deze goede man wist elke keer weer de gehele gemeenschap op sleeptouw te nemen indien er weer eens sprake was van doorbraak van de zee. Alle mannen van stavast schaarden zich achter Basja Tay om – doordrongen als ze waren van het gemeenschapsbelang – gezamenlijk het zeewater tegen te houden. Als Basja Tay een oproep deed was het voor iedere volwassen Coroniaanse man gewoon wet om daaraan te voldoen. Maar sinds de invoering van het stelsel van politieke partijen wil men eerst weten van wie de oproep afkomstig is. Als die oproep niet afkomstig is van een partijgenoot heeft het voor betrokkene geen enkele betekenis. Niet de politiek op zichzelf vormt de grootste belemmering voor de ontwikkeling van Coronie, maar de wijze waarop politici/bestuurders hieraan invulling geven: gelijke kansen en gelijke behandeling van elke districtgenoot is hen vreemd. Van de laatste DC, mevrouw Esajas zei men dat ze maar 2 soorten Coronianen kende: zij  die tegen haar (partij) waren en zij die voor haar (partij) waren. Dit is overigens niets nieuws. Dat doen politici al 57 jaar en dat zal wellicht ook het uitgangspunt van de nieuwe DC worden. Maar laten we de hoop niet verliezen. Mevrouw Esajas die de spelregels kende en dus ook de mogelijke sterke invloed van de nieuwe volksvertegenwoordigers van de tegenpartij op haar beslissingsbevoegdheden kennelijk vreesde, koos eieren voor haar geld door voorafgaand aan haar pensionering een lange vakantie op te nemen.

Gekozen DC

Alsof de tegenstellingen nu al niet groot genoeg zijn wil men dat de DC een verkiesbare politicus wordt. Deze functie zal allerlei nitwits zonder bestuurservaring aantrekken. Die nitwits zullen niet kunnen rekenen op ondersteuning van kundige bestuursambtenaren, want ook daar is er een groot gebrek aan in Suriname. Straks wordt tant’Fransje van Tweede Blok de eerste gekozen DC van Coronie; tenslotte mocht ze vorig jaar al samen met DC Esajas een lintje doorknippen: ie-pie- piep! Daarmee zeg ik weer niet dat mijn beminde poppedein tant’Fransje een nitwit is hoor. Maar een natte vingeroefening kan geen kwaad. Een gekozen DC zou in ieder geval de kwaliteit van het openbaar bestuur nog verder aantasten.

De functie van DC moet dus niet een worden waarin men kan worden verkozen, maar juist een specialistische functie voor beëdigde professionals met een onaantastbare ambtenarenstatus: mensen zonder politieke binding die worden opgeleid tot DC die het beleid van de overheid zonder aanzien des persoons uitvoeren. De politieke component is immers reeds aan de orde geweest ten tijde van het maken van het beleid in Paramaribo. Ik kan mij wel voorstellen dat voor een goede uitvoering van het reeds ingeblikte beleid op sommige strategische posities partijloyalisten nodig kunnen zijn om sabotage bij uitvoering te voorkomen, maar als de uitvoering politiek zo diep ingrijpt dat het neerkomt op politiek selecteren van districtsgenoten voor eenvoudige functies als zeven-even-straatveger, schoonmaakster of voor het verkrijgen van een recht op grondhuur enz., dan is hier sprake van verregaande en ongepaste politisering van zo’n kleine samenleving. Dit gebeurt overigens in alle districten, maar in een klein district als Coronie waar de sociale controle het grootst is, heeft deze doorwerking van de politiek grote gevolgen voor de gewone man en vormt het een ernstige belemmering voor de ontwikkeling van het district. Om het beleid dat in Paramaribo wordt vastgesteld uit te kunnen voeren heb je iemand nodig die als DC:

1.    boven partijen staat en mensen beoordeelt naar hun kunnen en niet naar hun politieke kleur;

2.    zich ervan bewust is dat hij /zij – zonder aanzien des persoon – burgervader of burgermoeder is van al zijn/haar districtgenoten en niet alleen van partijgenoten, en dus;

3.    in staat is zich boven de politieke partijen te stellenen alle districtsgenoten een gelijke behandeling te geven.

Helaas houdt een hedendaagse DC – en niet alleen in Coronie hoor – zich zuiver bezig met het animeren en accommoderen van partijgenoten. Als de DC zou worden verkozen, zoals men dat op termijn wil, zou dit heel erg slecht zijn. Binnen de voorgestelde constellatie krijg je dan alleen maar keiharde winnaars en keiharde verliezers: mensen die mogen meedoen en mensen die veroordeeld worden tot de reservebank.De winnaar zullen heersen en de verliezers vertrapt, de verdeeldheid zal groter worden, en het district zal nog harder achteruit gaan. “Maar dat gebeurt nu reeds in Coronie”,  zult u zeggen. Daar ben ik het dan volledig met u over eens. Maar moet men deze ontwikkeling versterken door de DC te laten kiezen door districtbewoners of moet de regering juist integendeel zeggen: neen, als we dat toestaan is het hek van de dam en wordt de polarisatie alleen maar groter! En niet dat alleen, je krijgt tevens allerlei nitwits en baantjesjagers zonder bestuurlijke ervaring op die stoel terwijl juist van de constante factor binnen het districtsbestuur, de DC dus, een behoorlijke kennis van bestuurlijke zaken mag worden verwacht. Juist hierom zou een DC geen politieke kleur mogen hebben. Een DC kan immers niet zelf beleid maken, daar heeft hij geen budget voor. Hij moet gewoon het beleid uitvoeren dat in de stad is voorgebakken. En dat kan hij slechts wanneer hij dat beleid als professional en zonder aanzien des persoons weet uit te voeren.

mr. H.V. Hooplot (jurist Staats- en bestuursrecht

Bookmark the permalink.

Comments are closed.